Tips voor een geslaagd project

Hoe pak je het fruit-/groente-/melkmoment aan?

Eens op school moet het tussendoortje natuurlijk aan de leerlingen worden uitgedeeld. Het uitdelen en opeten of opdrinken kan op verschillende manieren en plaatsen gebeuren, maar we moedigen aan om dit tijdens een gezamenlijk moment met de kinderen en de leerkracht te doen. De gesubsidieerde producten mogen niet als onderdeel van het middagmaal gebruikt of verdeeld worden.

  • Bij de kleuters en in het eerste leerjaar is het waarschijnlijk gemakkelijk om de stukken fruit of groente of bekers/brikjes melk in de klas uit te delen, bijvoorbeeld vlak voor de speeltijd in de voormiddag. De leerkracht kan dan eventueel helpen bij het schillen, pellen en uitlepelen van het fruit of de groente. De melk kan uit een grote verpakking in (herbruikbare) bekertjes worden geschonken om te veel verpakkingsafval te voorkomen. De kinderen kunnen rustig aan de tafeltjes eten of drinken. Er zal bij bepaalde fruit- en groentesoorten gedacht moeten worden aan extra materialen, bijvoorbeeld messen, lepeltjes, bordjes of servetjes.
  • Bij de oudere kinderen blijft het aangeraden om het fruit, de groente en/of de melk tijdens een gezamenlijk moment op te eten of te drinken. Eens op de speelplaats hebben de kinderen er mogelijks minder aandacht voor. Het product wordt misschien niet of gedeeltelijk opgegeten en het educatief aspect gaat verloren.

Ouders (of grootouders) kunnen ook betrokken worden bij het fruit-, groente- of melkmoment. Zij kunnen helpen bij het verdelen van de melk of het wassen, schillen en snijden van fruit en groenten (de zogenaamde ‘schil- en schenkouders’).

Een gezamenlijk consumptiemoment

Via Oog voor Lekkers eten kinderen minstens één keer per week fruit of groente en/of drinken ze minstens één keer per week melk op school. Ze leren ook verschillende soorten groenten/fruit kennen. Dat maakt hen vertrouwd met nieuwe smaken. Daarnaast leren ze ook dat witte melk een prima tussendoortje is.  

 

Probeer het fruit-, groente- of melkmoment telkens te koppelen aan een educatieve activiteit over gezonde voeding. Op die manier kunnen we op een boeiende manier leerlingen het belang van een gezond voedingspatroon bijbrengen en krijgt het fruit-, groente- en/of melkmoment een pedagogische meerwaarde: leren én proeven.

Project als opstap naar een gezondheidsbeleid op school

Enkel het aanbieden of uitdelen van fruit, groenten en/of melk aan de kinderen is niet voldoende om effecten op langere termijn te bekomen. Dat wordt het beste aangevuld met de uitbouw van gezondheidseducatie in de klas en bijhorende afspraken op schoolniveau (bv. in het schoolreglement). Het project dient met andere woorden te kaderen in het gezondheidsbeleid van de school.

 

We bieden verschillende educatieve materialen over gezonde voeding aan om het fruit-, groente- en/of melkmoment een pedagogische meerwaarde te geven: leren én proeven!

Enkele voorbeelden van hoe je gezondheid kan integreren in verschillende vakken zijn: 

  • Integratie van het fruit-, groente- of melkmoment in de rekenles: leerlingen staan in voor de productverdeling per klas. 
  • Integratie van het fruit-, groente- of melkmoment in de taalklas: woordenschat rond het voedingsmiddel aanleren.
  • Leerlingen wekelijks online info laten zoeken over fruit- of groentesoorten en melkproducten. 
  • Buitengewoon onderwijs: integratie binnen een kookles (oefenen van schillen).

Een interventiemix is essentieel voor een goede implementatie en voor de effectiviteit van een gezondheidsproject zoals Oog voor Lekkers. Dat kan uitgebouwd worden aan de hand van de gezondheidsmatrix. De matrix omvat vier componenten of strategieën (gezondheidseducatie, structurele maatregelen, afspraken en zorg/begeleiding) binnen vier niveaus (leerling, klas, school en omgeving). Meer informatie daarover is te vinden op gezondeschool.be

Aandacht voor kwetsbare leerlingen

Via de subsidieregeling is er extra aandacht voor scholen met kwetsbare leerlingen: zij komen in aanmerking voor 20 weken subsidies. Maar ook na de subsidieperiode is het belangrijk voldoende aandacht te besteden aan het bereiken van kwetsbare leerlingen. 

Herhaling

Het project rendeert wanneer het initiatief herhaaldelijk wordt uitgevoerd (meerdere opeenvolgende schooljaren). In het begin kunnen zowel de leerlingen, de ouders als de school nog enkele belangrijke drempels tegenkomen die pas na herhaling van het project voldoende worden aangepakt. Het ultieme doel is dat fruit, groenten en melk op school een dagelijkse gewoonte worden.

 

Waarbij kan extra ondersteuning nodig zijn?

  • Hoe motiveer je leerlingen om te proeven van groenten/fruit/melk? Kinderen leren samen aanvaarden door te proeven. Geef het niet op, soms zijn zelfs 10 tot 15 proefpogingen nodig vooraleer kinderen iets nieuws lusten! Maak van het fruit-, groente- of melkmoment een gezellig én gezamenlijk eetmoment, waarbij je de koppeling maakt met een educatieve activiteit. 
  • Ouders vinden fruit en groenten soms minder handig om mee te geven naar school, het zit gekneusd in de boekentas. Overweeg een actie met fruitdoosjes om de boekentas-formule te promoten. 

Overschotten? Plan de fruit-, groente- of melkdag in de eerste helft van de week (bv. dinsdag of woensdag) zodat overschotten op andere dagen herverdeeld kunnen worden.

Bijkomende aandachtspunten 

Fruit- en groenteallergie

 

Het eten van bepaalde soorten fruit of groente kan voor sommige kinderen een probleem van voedselovergevoeligheid geven. Vraag daarom bij de start van het project aan de ouders of het kind allergisch is voor bepaalde groente- of fruitsoorten. Als die soorten aan bod komen in het project moet voor het kind een andere fruitsoort gekozen worden. Spreek dat af met de leverancier. Zorg er wel voor dat ‘allergisch zijn’ niet verward wordt met ‘niet lusten’. Voorbeelden van fruitsoorten die een allergische reactie kunnen veroorzaken zijn appelen, kersen, aardbeien en perziken. Bij groenten kunnen dat bijvoorbeeld selder, tomaten en rauwe wortelen zijn. 

 

Een allergische reactie op groenten of fruit is meestal beperkt tot jeuk in de mond, maar kan in zeldzame gevallen leiden tot een allergische shock. Meer info is te vinden op astma-en-allergiekoepel.be  

 

Lactose-intolerantie en koemelkallergie 

 

Sommige kinderen kunnen de lactose (melksuiker) in de melk niet goed verteren. Dit kan soms klachten veroorzaken zoals diarree, een opgeblazen buik, buikpijn en krampen. Wanneer lactose klachten veroorzaakt, spreekt men van lactose-intolerantie. Vraag daarom steeds na of kinderen een lactose-intolerantie hebben. Voorzie in samenspraak met de leverancier voor deze kinderen de lactosevrije variant van het te verdelen melkproduct zodoende dat deze kinderen wel kunnen deelnemen aan de activiteit.

 

Koemelkallergie komt vaak voor bij baby’s, neemt af na het eerste levensjaar en komt slechts zelden voor na de leeftijd van 4 jaar. Klachten die koemelkallergie kunnen veroorzaken zijn o.a. maag- en darmklachten (darmkrampen, diarree, overgeven), huidklachten (eczeem, jeuk, astma), luchtwegklachten (astma), groeiachterstand en in zeldzame gevallen kan de allergie een allergische shock veroorzaken. De arts is goedgeplaatst om het al dan niet bestaan van een allergie vast te stellen.

 

Afval

 

Wat doen we met het klokhuis van de appel, de schil van de kiwi of de wortel? Start met een composthoop! Het schooltuintje zal er wel bij varen en de school zelf heeft minder afval. Misschien zijn er ook kippen op school of is er in de buurt een boer die het groente- en fruitafval aan zijn dieren kan geven? 

 

Veel basisscholen doen al mee met het project Milieuzorg op school (MOS). Eén van de onderdelen van dit project is afvalpreventie. Daarnaast adviseren we om grote melkverpakkingen te gebruiken (i.p.v. individuele verpakkingen) en herbruikbaar materiaal (zoals bekertjes).